Uitleg over Voeding

Om te begrijpen wat voeding doet, is het belangrijk om enig inzicht te hebben hoe je lichaam functioneert en welke voeding daarbij nodig is. Ook is het belangrijk om globaal inzicht te hebben in de bouwstenen van de voeding.

Ons lichaam is een compliceert in elkaar steken mechanisme. Ik wil het zo makkelijk mogelijk weergeven en grofweg het  lichaam indelen in bepaalde functies en afdelingen:

  • Skelet = geeft stevigheid en vorm van je lichaam. Het  beschermd onder anderen bepaalde kwetsbare organen en maakt bloedlichamen aan.
  • Inwendige organen = al deze organen hebben een specifiek doel om zichzelf en het geheel lichaam van energie te verzorgen. Ook worden afvalstoffen uit het lichaam verwijderd en word het lichaam inwendig beschermd tegen indringers en ziektekiemen.
  • Hersenen = het centrum waar alle zenuwprikkels in en uit gaan. Vooral belangrijk voor het besturen van je lichaam, zoals beweging – gevoel – gedrag en het regelen van zaken, zoals  lichaamstemperatuur – hartslag – ademhaling en bloeddruk. Ook zijn je hersenen belangrijk voor je geheugen – bewustzijn en emoties.
  • Spieren = deze geven het lichaam bewegingen. Hiermee kunnen wij het lichaam van A naar B verplaatsen, maar ook spullen tillen of vastpakken.
  • Huid = bestaat uit 3 lagen. Het bedekt je hele lichaam als bescherming. Koelt of verwarmt het lichaam en zorgt ervoor dat van buitenaf geen schadelijke stoffen het lichaam kunnen binnen dringen – pijn doorgeven en tastgevoel.
  •  Bloed = het bloed bestaat uit twee belangrijke bestanddelen : het bloedplasma en de bloedcellen. Het bloed transporteert alle belangrijke bouwstoffen die je lichaam nodig heeft en voert ook alle afvalstoffen af.
  • Cellen = In de biologie is de cel het kleinste onderdeel van een organisme of levend wezen dat alle genetische informatie van dat organisme bevat.  Bron : Wikipedia.nl

Ons lichaam heeft voedingsstoffen nodig om het lichaam in leven te houden en te onderhouden. Hiervoor hebben wij 3 sorten brandstof nodig , namelijk :

  • Koolhydraten = snelle brandstof opname voor het lichaam.
  • Eiwitten = word ook wel proteïnen genoemd Zijn belangrijk voor het herstel en opbouw van je cellen en weefsel. Ook zijn ze belangrijk bij het transporteren van voedingsstoffen –   de aanmaak van lichaamseigen stoffen en je spijsvertering. Daarnaast is het ook erg belangrijk voor het leveren van  aminozuren. Aminozuren zijn bouwstenen voor het eiwit in lichaamscellen.
  • Vetten = Vetten  zijn belangrijk voor ons lichaam.  De energiedichtheid van vet is erg groot (per gram 38 kJ oftewel 9 kcal) en de energie is ook makkelijk toegankelijk. Daarnaast zijn vetten essentieel voor het behoud van een goede weerstand, de opbouw van cellen en voor de opname van vitamines. Maar ook als smeermiddel voor gewrichten en  het soepel houden van je bloedvaten.
  • Mineralen = Mineralen en spoorelementen zijn, net als vitamines, stoffen die het lichaam niet zelf aan kan maken. Ze zijn onder andere nodig bij de regulatie van enzymen en hormonen. Het verschil tussen mineralen en spoorelementen is de hoeveelheid waarin het lichaam ze nodig heeft. Mineralen heeft men meer nodig dan  spoorelementen
  • Vitamines = Vitamines zijn chemische verbindingen die onmisbaar zijn voor het lichaam. Ze spelen een rol bij de groei, het herstel en het goed functioneren van het lichaam. Ook zijn ze belangrijk voor een goede gezondheid. Vitamines komen van nature voor in onze voeding. Het lichaam maakt ze niet of onvoldoende zelf aan.

Belangrijk om te weten is , dat alle energie die NIET nodig is voor het onderhoud van je lichaam, wordt opgeslagen in je vetcellen als reserve energie. Eet je dus meer dan dat je lichaam nodig hebt, dan wordt het in de lever, spieren en vetcellen opgeslagen.

Let op: er bestaat in onze voeding snelle en langzame koolhydraten. Dit wil zeggen dat de snelle koolhydraten snel door het lichaam worden opgenomen in je bloedbaan ( begint al in je mond en maag ) waarbij de voeding met de langzame koolhydraten eerst via je darm in de bloedbanen wordt afgegeven. Hierdoor heb je minder honger en geven je hersenen niet het signaal af dat het lichaam nu moet eten. Gevolg is dat je lichaam dan de vetreserves aanspreekt en je dus afvalt. Belangrijk om te weten is, dat je bloedsuikerspiegel wel normale waarde moet hebben voordat je lichaam de opgeslagen energie aanspreekt en verbruikt.

Frank Korlas, jouw vitaliteitscoach

Heb je je meettool al ontvangen?